Invuloefening pp 9-11 du Tandem 4


Complète les trous au moyen du vocabulaire ci-dessous. N'oublie pas de conjuguer les verbes.

à - attacher sa ceinture - attention - but - conducteurs - courtoisie - es - parcourir - priorité - sécurité routière - sensibiliser - trafic - transports en commun - vis-à-vis de - voiture -

1. Hoe je je verplaatst om naar zee te gaan?
2. Ik gebruik nooit het zoals de bus of de trein want het is te traag.
3. Bij mooi weer ga ik voet naar school.
4. Wees voorzichtig in het .
5. Klik doen betekent op de affiche zijn .
6. De campagne tegen alcohol achter het stuur richt zich tot de jonge .
7. De campagne wil de vestigen op een veilig gedrag in het verkeer.
8. Een campagne zet aan tot meer hoffelijkheid fietsers.
9. Je moet geven aan de auto op je rechts.
10. Op tijd knipperen is een kwestie van en veiligheid.
11. Synoniem van aanzetten, stimuler, promouvoir:
12. Gisteren heb ik 50 km met de fiets .
13. Synoniem van auto:
14. De bedoeling van de campagnes is de te verbeteren.
15. Het van de campagne is een beter gedrag op straat.